Een oorlog blokkeert een van de belangrijkste olieroutes ter wereld. Het IMF waarschuwt voor een wereldwijde vertraging. Toch noteren aandelenmarkten rond hun historische hoogtepunten. Hoe valt dit te verklaren?
Op de handelsvloeren heerst spanning. De Straat van Hormuz is gesloten. Een vijfde van de wereldwijde olie- en gasaanvoer ligt geblokkeerd. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht een vertraging van de wereldeconomie, een heropleving van de inflatie en een grotere kans op recessie. Economen discustiëren volop. Krantenkoppen volgen elkaar in snel tempo op.
Toch blijven de belangrijkste aandelenmarkten, in de Verenigde Staten, Japan en Europa, dicht bij hun historische hoogtepunten noteren.
Hoe valt die schijnbare tegenstelling te verklaren?
Het antwoord ligt in een fundamenteel onderscheid: financiële markten meten niet hoe het vandaag met de wereld gaat. Ze anticiperen op de toekomstige winsten van bedrijven.
Markten verwerken in realtime wat zij verwachten voor de komende twaalf tot vierentwintig maanden. Robert Shiller, Nobelprijswinnaar economie in 2013, toonde aan dat activaprijzen collectieve verwachtingen over de toekomst weerspiegelen, veel meer dan een mechanische interpretatie van het heden. Zijn gegevens, die teruggaan tot 1871, bevestigen dat markten economische cycli op lange termijn verwerken, ruim voorbij het actuele nieuws.
De economie daarentegen meet vooral wat al heeft plaatsgevonden. Groeicijfers worden vaak pas maanden later gepubliceerd, en een recessie wordt pas officieel bevestigd na twee opeenvolgende kwartalen van economische krimp.
Wanneer een recessie zichtbaar wordt in de statistieken, hebben financiële markten hun dieptepunt vaak al achter zich gelaten.
Ja, in die zin dat beursgenoteerde markten de economie als geheel niet weerspiegelen. Corentin Scavée, medeoprichter van Easyvest, vat het als volgt samen: “Economische groei en politieke gebeurtenissen vertalen zich niet automatisch in financiële markten. Een chaotische economische of politieke omgeving kan perfect samengaan met waardecreatie op de beurs.”
Financiële markten bundelen verwachtingen over de grootste, meest winstgevende en meest internationaal actieve bedrijven. Dit selectieve segment van de economie is structureel veerkrachtiger. Grote multinationale bedrijven halen gemiddeld bijna 40% van hun omzet buiten hun thuismarkt, waardoor ze minder afhankelijk zijn van binnenlandse vertragingen.
Bovendien treffen economische crises sectoren erg ongelijk. Vandaag boeken distributeurs, waarvan de klanten het gevoeligst zijn voor inflatie, forse dalingen. Grote technologiebedrijven, gedragen door het enthousiasme rond artificiële intelligentie, blijven groeien en stuwen wereldwijde aandelenmarkten hoger.
De ontkoppeling werkt ook in de andere richting. China is daarvan wellicht het bekendste voorbeeld: dertig jaar lang groeide de economie er aan een tempo van bijna 9% per jaar, zonder dat aandelenbeleggers daar voordeel van profiteerden. De belangrijkste beursindex van Hongkong bleef bijna twee decennia lang ter plaatse trappelen, terwijl het Chinese bbp in diezelfde periode ongeveer twintig keer hoger werd. Factoren zoals bedrijfswinsten, governance en marktstructuur bleken uiteindelijk belangrijker dan de groei van de nationale economie zelf.
Financiële markten en de reële economie zijn geen twee lezingen van hetzelfde fenomeen: ze meten verschillende realiteiten, over verschillende tijdshorizonten.
De geschiedenis geeft een duidelijk antwoord: nee. Gedurende tientallen jaren hebben grote geopolitieke crises telkens hetzelfde beurspatroon opgeleverd: een aanvankelijke daling, gevoed door onzekerheid, gevolgd door herstel zodra het ergste scenario minder waarschijnlijk leek.
Na de aanslagen van 11 september 2001 hadden de Amerikaanse aandelenmarkten hun niveau van vóór de crisis al binnen 31 beursdagen herwonnen. Na het Brexit-referendum in juni 2016 volgde het herstel na 19 dagen. Na de Russische invasie van Oekraïne in februari 2022 waren de initiële verliezen in minder dan een maand weggewerkt. De gezondheidscrisis van 2020 was de meest spectaculaire test: een daling van meer dan 30% in enkele weken tijd, gevolgd door volledig herstel binnen 104 beursdagen.
Beursdagen om het niveau van vóór de crisis te herstellen. Grafiek met het aantal beursdagen dat nodig was om het niveau van vóór de crisis te herstellen na vier grote geopolitieke schokken.
Het mechanisme is steeds hetzelfde. Geconfronteerd met een schok verwerken beleggers snel het meest pessimistische scenario in de koersen. Zodra dat scenario minder waarschijnlijk lijkt, herstellen de koersen, vaak abrupt. Analisten van Deutsche Bank omschrijven dit fenomeen als het “geopolitical playbook”: na elke grote schok dalen markten eerst, om vervolgens opnieuw op te veren.
Wie tijdens deze episodes verkocht, miste het herstel. Wie belegd bleef, of zijn blootstelling tijdens de daling verhoogde, werd historisch gezien telkens beloond.
Het nuttigste antwoord is vaak het moeilijkste om te aanvaarden: neem nooit een overhaaste beslissing onder invloed van emoties. Verkopen om verlies te beperken, of “wachten op betere tijden” om te beleggen, komt neer op speculeren op uw vermogen om gebeurtenissen te voorspellen die markten vaak al hebben ingeprijsd. Het herstel begint bovendien vaak nog vóór het nieuws verbetert.
Beleggers die dit mechanisme begrijpen, bekijken geopolitieke dalingen anders. Zij zien zulke correcties als kansen om tegen een lagere prijs in te stappen, een strategie die men “buying the dip” noemt.
De opkomst van particuliere beleggers die hun portefeuille via hun smartphone-apps beheren, heeft die dynamiek nog versterkt. In april 2025, na de aankondiging van “Liberation Day”, kende de S&P 500 een scherpe terugval. Particuliere beleggers grepen hun kans en kochten voor 3 miljard dollar aan aandelen nabij het dieptepunt. In de maanden daarna volgde een spectaculair herstel van de S&P 500, dat volgens Reuters mede door diezelfde particuliere beleggers werd gedragen.
Niemand weet bij aankoop of het werkelijk het laagste punt is, of dat de markt nog verder zal dalen. De waarde van “buying the dip” ligt in de bereidheid om de positie op de zeer lange termijn aan te houden, zodat u kunt profiteren van het marktherstel, of dat nu vroeger of later plaatsvindt.
Crises zorgen voor ruis. Een portefeuille met blootstelling aan duizenden bedrijven in een veertigtal landen is gebouwd om die ruis te filteren en op lange termijn te blijven renderen, ongeacht de krantenkoppen van de dag. Geen enkele regio, geen enkele sector concentreert het risico op zich. Bij Easyvest vormt dat principe de basis van elke portefeuille: brede spreiding, lage kosten en een uitgesproken langetermijnvisie via ETF's.
Op de handelsvloeren kijken de analisten die de Straat van Hormuz van uur tot uur volgen en beleggers die hun langetermijnposities aanhouden, niet naar dezelfde horizon. De eersten wachten op de volgende krantenkop. De anderen denken na over waar ze over tien jaar willen staan.
Voor de particuliere belegger is de echte vraag niet wat de olieprijs morgen zal doen, maar welke horizon zij voor ogen hebben.
Met de Easyvest-simulator krijgt u inzicht in wat een beleggingshorizon van twintig of dertig jaar concreet kan betekenen voor uw portefeuille, rekening houdend met uw persoonlijke situatie en doelstellingen.
Bronnen: Joe Rennison, “The Wartime Rally”, The New York Times (2025) · “Markets thrive on contradictions”, The Economist (2025) · Robert Shiller, Irrational Exuberance, Princeton University Press (2000, herz. 2015) · Robert Shiller, historische beursgegevens, Yale University (2024) · Corentin Scavée, medeoprichter van Easyvest