De voorbije decennia was het antwoord op de vraag "hoe investeer ik voor mijn pensioen?" eenvoudig: kies voor een portefeuille met 60% aandelen en 40% obligaties, neem daar jaarlijks 4% uit op, en die portefeuille zou uw inkomen gedurende uw volledige pensioen moeten aanvullen. Maar wat als dit model ontworpen werd voor een wereld die vandaag niet meer bestaat?
Vandaag dwingen enkele fundamentele ontwikkelingen de volgende generatie om zich een ongemakkelijke vraag te stellen: wat als dit model ontworpen werd voor een wereld die vandaag niet meer echt bestaat?
Deze portefeuille bestaat uit 60% aandelen en 40% obligaties. In combinatie met de 4%-regel voor jaarlijkse opnames zou ze voldoende moeten zijn om een volledig pensioen te financieren.
De oorsprong ervan gaat terug tot 1994. Dat jaar analyseerde de Amerikaanse financieel adviseur William Bengen de geschiedenis van de financiële markten en kwam hij tot een conclusie die veel invloed zou krijgen: een initiële opname van ongeveer 4% uit een gediversifieerde portefeuille, vervolgens jaarlijks aangepast aan de inflatie, zou gedurende de volledige pensioenperiode een stabiel inkomen kunnen opleveren.
Enkele jaren later bevestigde Trinity University in Texas deze bevindingen via simulaties van verschillende combinaties van aandelen- en obligatieportefeuilles. De conclusie was dat evenwichtige portefeuilles de grootste kans op succes boden.
Zo groeide geleidelijk de combinatie uit die de norm zou worden: een portefeuille met voornamelijk aandelen voor groei en obligaties voor stabiliteit.
De 60/40-portefeuille steunt ook op een tweede belangrijke gedachte: wanneer aandelen dalen, kunnen obligaties de portefeuille stabiliseren. Ze kunnen de impact van dalende aandelen beperken of zelfs gedeeltelijk compenseren doordat ze als veilige haven fungeren.
Een 60/40-portefeuille combineert zo groeipotentieel dankzij een aanzienlijk aandelengewicht met een zekere bescherming tegen dalingen via obligaties.
Rendement, stabiliteit en een lage correlatie met aandelenmarkten: eigenschappen die lange tijd vanzelfsprekend leken voor obligaties, zijn de voorbije tien jaar steeds vaker in vraag gesteld.
Wat stabiliteit en diversificatie betreft, tonen recente analyses van de Europese Centrale Bank aan dat aandelen en obligaties bij stijgende inflatie in dezelfde richting kunnen bewegen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in 2022, toen zowel aandelen als obligaties tegelijk daalden.
Ook op het vlak van rendement is het landschap veranderd. De hoogdagen van de 60/40-portefeuille vielen samen met decennia van relatief lage inflatie en dalende rentevoeten. In de jaren 90 leverden obligaties nog tussen 5% en 8% op. Vandaag is dat niet langer het geval. Hoewel de rente opnieuw stijgt, bleef ze lange tijd dicht bij nul en biedt ze ook vandaag nog moeilijk bescherming tegen inflatie.
Kortom, de komende decennia zouden er heel anders kunnen uitzien dan de jaren 90, waardoor de relevantie van de 60/40-portefeuille mogelijk afneemt.
Sinds de jaren 90 is de periode die mensen met pensioen doorbrengen en waarin zij een aanvullend inkomen nodig hebben, langer geworden. Hoe lang een pensioen duurt verschilt van persoon tot persoon, maar vandaag gaat het vaak om meer dan twintig of zelfs dertig jaar.
De belangrijkste oorzaak is de stijgende levensverwachting. Volgens de prognoses van het Federaal Planbureau van februari 2026 zal de gemiddelde levensverwachting tegen 2080 oplopen tot 90 jaar voor vrouwen en 89 jaar voor mannen. Begin jaren 90 bedroeg die nog ongeveer 76 jaar.
Het gaat uiteraard om gemiddelden. Sommige mensen zullen jonger overlijden, anderen aanzienlijk ouder worden. Tegen 2080 zal honderd jaar worden niet langer uitzonderlijk zijn, waardoor ook de pensioenperiode verder verlengt. Financieel maakt het echter een groot verschil of u uw pensioen moet plannen voor twintig dan wel dertig jaar.
Ons pensioenstelsel wordt gefinancierd door de actieve bevolking en steunt op een evenwicht dat steeds kwetsbaarder wordt. De verhouding tussen gepensioneerden en mensen op arbeidsleeftijd zal verder toenemen. Het Federaal Planbureau verwacht dat er tegen 2080 46 personen van minstens 67 jaar zullen zijn per 100 personen op actieve leeftijd (18 tot 66 jaar), tegenover 28 vandaag.
Deze demografische evolutie zal de druk op de overheidsfinanciën verder verhogen. Die zullen bijna dubbel zoveel pensioenuitgaven moeten dragen, terwijl de overheidsschuld vandaag al aanzienlijk is.
In die context lijkt het weinig waarschijnlijk dat het huidige niveau van de wettelijke pensioenen op lange termijn behouden kan blijven.
Privésparen zal daarom een steeds grotere rol moeten spelen om de levensstandaard tijdens een langere pensioenperiode te behouden.
De vergelijking die uw financiële toekomst tijdens het pensioen bepaalt, bestaat uit vier variabelen:
Kapitaal: het vermogen waarover u beschikt of zult beschikken bij pensionering en waaruit de financiële inkomsten voortkomen.
Duur: de periode waarin een aanvullend inkomen moet worden gegenereerd, rechtstreeks verbonden met uw levensverwachting.
Rente-uitkering: het periodieke bedrag dat nodig is om het wettelijk pensioen aan te vullen.
Rendement: de waardestijging van het vermogen die de uitkeringen mee helpt financieren en voortvloeit uit de samenstelling van de portefeuille.
Uiteindelijk zijn dat er niet zo veel.
Het kapitaal is een vast gegeven voor wie al met pensioen is of binnenkort met pensioen gaat en geen bijkomende spaarcapaciteit meer heeft. Enkel relatief jonge actieve werknemers kunnen deze hefboom nog beïnvloeden door vandaag meer te sparen voor een hogere levensstandaard later.
De duur hangt af van de levensverwachting. Volgens de demografische vooruitzichten zal de verdere stijging daarvan een negatieve impact hebben op het vermogen van huidige en toekomstige gepensioneerden om gedurende lange tijd een inkomen uit hun vermogen te halen.
Met de rente-uitkering kan men in theorie spelen, maar in deze analyse beschouwen we die als het doel dat bereikt moet worden, niet als een aanpassingsvariabele. Het uitgangspunt blijft immers dat u uw levensstandaard tijdens het pensioen wilt behouden, zonder grote toegevingen te doen, en dus een mogelijk minder genereus wettelijk pensioen wilt aanvullen.
Wanneer het beschikbare kapitaal als vast gegeven wordt beschouwd, en u geen invloed heeft op de duur van het pensioen noch op het niveau van het wettelijk pensioen, blijft de activaspreiding de belangrijkste aanpasbare variabele. Die heeft een doorslaggevende invloed op het rendement van een portefeuille.
Een (toekomstige) gepensioneerde heeft er mogelijk belang bij om een dynamischere portefeuille te overwegen die afwijkt van de klassieke 60/40-verdeling. Zo kan hij of zij een inkomen nastreven dat voldoende is om de levensstandaard gedurende het volledige pensioen te behouden.
Dat gaat uiteraard gepaard met meer risico. De sterke spreiding van een Easyvest-portefeuille zorgt er echter voor dat deze belegging haar karakter van een belegging als een goede huisvader behoudt. Investeren via Easyvest betekent investeren in 99% van de wereldwijde aandelenmarkt. U zet uw geld dus allesbehalve op één paard.
Met onze simulator voor inkomstenportefeuilles kunt u eenvoudig een portefeuille samenstellen die aansluit bij uw persoonlijke situatie.
De simulator houdt rekening met alle denkbare marktscenario's en hun waarschijnlijkheid, van normale marktomstandigheden tot uitzonderlijk gunstige of ongunstige periodes.
Zo kunt u eenvoudig visualiseren welke impact een andere activaspreiding kan hebben op uw maandelijkse inkomen op lange termijn én op het vermogen dat u eventueel kunt nalaten aan uw erfgenamen.
Moeten we de 60/40-portefeuille dan definitief afschrijven? Niet noodzakelijk. Wel is het belangrijk te beseffen dat pensioenbeleggingen steeds vaker beleggingen op (zeer) lange termijn zijn, waarbij aandelen een belangrijke plaats kunnen innemen.
Over zulke lange periodes zijn aandelen historisch gezien de activa die de meeste welvaart hebben gecreëerd. Wereldwijd gespreid bieden ze toegang tot duizenden bedrijven, verspreid over alle continenten en sectoren. U investeert daarmee in de groei van de wereldeconomie zelf.
Dat is precies het principe van indexbeleggen.
In plaats van te proberen voorspellen welke bedrijven of markten beter zullen presteren dan andere, is het idee eenvoudigweg om tegen lage kosten belegd te blijven in de wereldeconomie als geheel en de tijd zijn werk te laten doen. Voor een langetermijnbelegger blijft tijd immers de krachtigste bondgenoot.
Deze eenvoudige, robuuste en gedisciplineerde aanpak vormt het DNA van Easyvest: een strategie voor een eeuw waarin we steeds langer leven.